De Nederlandse chirurg dr. Thomas Hoogland weigert de in ongenade gevallen vroegere Maleisische vice-premier Anwar Ibrahim te opereren. Hoogland vindt de
operatie alleen veilig als hij die in zijn eigen ziekenhuis in München kan uitvoeren. Maar de regering van Maleisië weigert de gevangen politicus te laten
gaan.
Moslimleider Anwar Ibrahim werd na een politiek proces veroordeeld tot vijftien jaar cel. De aanklachten wegens corruptie en sodomie (verboden volgens de
Maleisische wet) moesten hem volgens waarnemers politiek onschadelijk maken. Anwar was vlak voor het proces populairder dan premier Mahathir.
Anwar wacht al maanden op een hernia-operatie. Hij ligt sinds 24 november in het gevangenis-ziekenhuis met klachten van rugpijn. Die wijt hij aan de zware
mishandeling waarvan hij het slachtoffer was na zijn arrestatie in 1998. De hoogste baas van de Maleisische politie sloeg de politicus in de cel bont en
blauw.
Vorig jaar riep de familie van Anwar de hulp in van de Nederlandse chirurg, die tot die tijd nooit van de Maleisische politicus had gehoord. Het was nog
een heel gedoe om de gevangene te bezoeken. Maleisië eiste dat Hoogland eerst een artsenvergunning aanvroeg. Die had zoiets nog nooit meegemaakt
De chirurg heeft zijn patiënt uiteindelijk begin vorige maand onderzocht. Volgens Hoogland is een speciale endoscopische operatie nodig. In Maleisië
ontbreken daarvoor de faciliteiten en de deskundigheid. Er zou onder andere een aparte operatietafel ingevlogen moeten worden. Hij wil zijn patiënt niet
in Maleisië opereren, zoals de autoriteiten hebben voorgesteld. Hoe het verder moet is onduidelijk.