1999/11/24 Alweer een Aziatisch wonder
Sneller dan iedereen had verwacht hebben de Aziatische landen zich van een ernstige crisis hersteld, zo bleek gisteren uit
cijfers van de Aziatische Ontwikkelingsbank. De regio maakt zich op om het wonder, dat even een grimmig masker droeg, te
vieren.
Aziatische waarden, weet u nog? Het ging om eensgezindheid boven conflict, samenleving boven individu. Kortom: het ging om
een oude confucianistische traditie die zich graag afzette tegen het luie, immorele en verkwistende Westen.
De premier Maleisië, Mahathir Mohammed, mocht het liberale Westen er graag mee om de oren slaan. Spaarzaamheid, zelfcensuur
en vanzelfsprekend eerbied voor het gezag waren de Aziatische deugden. Totdat de Azië-crisis uitbrak en het Aziatische
wonder de Aziatische waarden niet langer schraagde. De premier hoorde je niet meer. Een crisis maakt bescheiden.
En die crisis was ernstig. Als een virus verspreidde ze zich over de wereld, de globalisering smoorde in haar eigen succes,
vreesden velen. Wall Street wankelde en de economie dreigde mondiaal onderuit te gaan. Alsof de Aziatische waarden, nu ze
in de eigen regio verraden waren, zich wilden wreken op de wereld.
De afloop is bekend. Het Westen, de Verenigde Staten voorop, spon garen bij de Azië-crisis. De olieprijs stortte in en de
stortvloed aan goedkope Aziatische producten waarvoor het Westen opeens bang werd, bleek een zege. Die stelde het Westen in
staat zijn groei te continueren zonder inflatie. Dat was misschien wel wat het Aziatische wonder nog in petto had als
verrassing, hoewel het Westen zich weinig dankbaar toonde door op zijn beurt nu Azië zijn tekortkomingen onder de neus te
wrijven met uitspraken over 'crony capitalism'. Premier Mahathir hulde zich in een nog dieper stilzwijgen.
Maar het wonder heeft zijn grootste verrassing tot het laatst bewaard, door de Azië-crisis even snel te laten verdwijnen
als ze de kop had opgestoken. Vorig jaar nog groeipercentages diep in het rood, dit jaar een economische groei van twee,
vijf tot negen procent. Sneller herstel nog dan eerder dit jaar werd vermoed, zo bevestigden gisteren de jongste cijfers
van de Aziatische Ontwikkelingsbank. Azië is terug van even weggeweest.
Hoe kon die crisis zo snel, zo onverwacht toeslaan en hoe kon ze zo snel, zo onverwacht snel verdwijnen? In juli 1997 brak
de crisis uit in Thailand. Maar zij had net zo goed in Maleisië of in Indonesië kunnen toeslaan, waar de onrust met enige
vertraging volgde.
Voor de Aziatische landen is Japan de sleutelmarkt voor hun export. Zo drijft Japan met Taiwan, Hongkong en Korea meer
handel dan met de hele Europese Unie. Al vanaf het midden van 1995 daalde de koers van de Japanse yen tegenover de
Amerikaanse dollar, waaraan de meeste Aziatische munten gekoppeld waren. En de yen daalde doordat beleggers weinig
vertrouwen hadden in de Japanse economie en de grote Japanse handelshuizen hun tekorten die ze verdienden met de handel op
Amerika, liever daar achter lieten. Immers de dollarrente was hoger en de koersen op Wall Street stegen.
Toch groeide de Japanse economie in 1996 ineens hard, met 5 procent, harder dan welk ander G7-land ook. Dat kwam door het
'Kobe-effect', de aardbeving die deze Japanse stad had getroffen en het wonderbaarlijke snelle herstel van de schade. Toch
kon deze snelle groei de daling van de yen niet stoppen. De bankencrisis bleef als een slagschaduw hangen boven de Japanse
economie. Dat bleek een jaar later pas goed, toen de groei van Japan vrijwel tot stilstand kwam en de invoer stagneerde.
Bijgevolg verslechterde de betalingsbalans van de Aziatische tijgers en voelden de beleggers snel aan dat de koppeling van
hun munten aan de dollar sleets begon te worden. De aanval werd geopend: op de Thaise bath. De Thaise economie zakte in.
De genadeslag kwam toen Japan aankondigde zijn BTW te verhogen. De Japanse consument ging in kopersstaking, de Japanse
invoer en daarmee de uitvoer van de Aziatiche landen implodeerden. Heel Oost- en Zuidoost-Azië werden in een diepe crisis
gedompeld. Het Internationaal Monetaire Fonds schoot te hulp. Alleen Taiwan ontsnapte omdat het zich (om politieke redenen)
onafhankelijk had gemaakt van buitenlands kapitaal. De gedwongen, pijlsnelle devaluatie van de Aziatische munten maakte hun
export immuun voor de crisis, en daarmee werd het fundament voor hun herstel gelegd. Dat wil zeggen immuun voor hun export
naar het Westen, want hun onderlinge handel (vijftig procent van hun totale handel) liep door de inkomensdaling wel forse
schade op.
Toen vanaf midden 1998 eindelijk de koers van yen begon te stijgen tegenover de dollar door een snel groeiende
overcapaciteit in de VS, konden de Aziatische landen hun export nog verder opvoeren, namen hun reserves weer toe en begon
hun onderlinge handel snel te herstellen. Ze trokken als het ware elkaar omhoog uit het moeras. Daarmee was het ergste
achter de rug en konden ze, Korea voorop, beginnen met het terugbetalen van de noodhulp aan het IMF. Inmiddels herstelt
Japan zich, vloeit het geld van de beleggers weer toe en maakt Azië zich op weer het wonder te vieren. Een wonder dat heel
even een grimmig masker droeg. En uiteraard kan premier Mahathir weer ongezouten propaganda voeren voor zijn Aziatische
waarden.
Deel dit artikel met anderen:
Recente nieuwsberichten:
•
2012/01/30 Tourism Malaysia onderscheiden voor Cultural Interaction
•
2012/01/23 Maleisië ontvangt UNWTO prijs voor beste poster
•
2012/01/20 Sormac levert compacte sladroogtunnel aan Maleisië
•
2012/01/20 Maleisische justitie in beroep tegen vrijspraak Anwar
•
2012/01/17 Maleisische overheid doet Proton aandelen van de hand
•
2012/01/12 Go Daddy vrijgesproken van cybersquatting
•
2012/01/12 AirAsia X stopt met vluchten naar Europa
•
2012/01/10 Maleisische douane onderschept 500 kilo ivoor
•
2012/01/09 Anwar vrijuit in Maleisische sodomie-zaak
•
2012/01/08 Morgen uitspraak over 'Sodomy II' proces Maleisië
•
2011/12/27 Malaysia Airlines past routenetwerk ingrijpend aan
•
Eerder gepubliceerde berichten uit 1999
•
Links naar het nieuwsarchief