1999/03/10 Regering Maleisië kocht bewijzen tegen Anwar
De Maleisische minister van binnenlandse zaken Megat Junid Megat Ayob heeft de brief met beschuldigingen van sodomie en overspel opgesteld, die het ontslag
veroorzaakte van minister van financiën en kandidaat-premier Anwar Ibrahim.
Dat heeft Anwars vroegere privé-secretaris Azmin Ali gezegd tijdens het proces tegen Anwar. Hij zei dat gehoord te hebben van zijn zus Ummi, de vermeende
auteur van de brief. Zij zou de brief in augustus 1997 naar premier Mahathir Mohamad hebben gestuurd en in ruil voor haar moeite geld hebben ontvangen.
De door Ummi ondertekende brief is een cruciaal bewijsstuk in het proces tegen Anwar. Die zou zich volgens de regering niet alleen aan overspel, sodomie
en corruptie hebben schuldig gemaakt, maar ook nog de politie hebben ingeschakeld om Ummi en nog een ander persoon er toe te bewegen hun beschuldigingen
in te trekken.
Anwar werd in september aangehouden. Zijn aanhangers beschuldigen premier Mahathir Mohamad ervan een politiek complot te hebben gesmeed om de populaire
Anwar in diskrediet te brengen.
De vice-premier gold voor zijn arrestatie als belangrijkste kandidaat om Mahathir, die sinds 1981 aan de macht is, op te volgen. Hij verschilde echter
steeds vaker met de premier van mening over het te voeren beleid, vooral op economisch terrein.